Op 24 februari 2022 viel Rusland Oekraïne binnen, waardoor er een enorme stroom vluchtelingen op gang kwam. In maart vroeg een vriend, Bas, me om samen met hem vluchtelingen op te gaan halen aan de Oekraïense grens in Polen voor Fastlane Ukraine, een van de vele spontane initiatieven van betrokken westerlingen om Oekraïne tot steun te zijn.
Het concept was als volgt: je zamelde zelf onkostengeld in en meldde je vervolgens aan met een auto en een co‑chauffeur. Fastlane regelde daarna de logistiek via hun 24/7 backoffice. In Nederland werden hulpgoederen verzameld die wij zouden ophalen, waarna we een afleverlocatie toegewezen kregen – meestal in Polen of aan de Oekraïense grens – om het materiaal af te geven. Vanuit opvanglocaties in Oost‑Polen konden we vervolgens Oekraïense vluchtelingen meenemen en naar Nederlandse opvanglocaties brengen.
Bas had al het benodigde geld voor benzine, proviand en overnachtingen ingezameld en een Mercedes Benz Vito gehuurd. We meldden ons bij Fastlane Ukraine voor een kennismaking en een screening.
In de week vóór ons vertrek hadden Bas en ik de nodige gesprekken. Ik moest denken aan mijn tijd in Kandahar: wat het betekent om in een oorlogsgebied te leven, wat de impact is op je geliefden als je dit soort keuzes maakt, en hoe je reageert op risico’s die je niet kunt inschatten. Hoe je als mens omgaat met zoveel leed – emotioneel, sociaal, mentaal, fysiek – maar ook welke inzichten het oplevert. Genoeg gespreksstof voor de reis richting Polen, dachten we. De avond voor vertrek laadden we in Amsterdam-Noord de Mercedes in met hulpgoederen.
Eenmaal op de Nederlandse, Duitse en Poolse snelwegen was goed te zien hoe heel West-Europa in beweging kwam om mensen in nood te helpen: talloze auto’s, busjes en vrachtwagens waren volgeladen en beplakt met stickers met de Oekraïense vlag. Onderweg ontstond een bijzondere sfeer. Via allerlei netwerken kwam je voortdurend in contact met onbekende mensen die elkaar probeerden te helpen. Backoffices en vrijwilligers wisselden informatie uit over locaties, routes, verblijfplaatsen en contactgegevens – alles wat nodig was om in deze chaos in dit deel van Europa de juiste mensen op de juiste plek te krijgen.
Onvoorspelbaarheid, en dus aanpassingsvermogen, zijn sleutelwoorden in zulke dynamische omstandigheden. Onze afleverlocatie werd kort voor vertrek gewijzigd van de Pools‑Oekraïense grens naar Roemenië. Onderweg kregen we ook voortdurend wisselende berichten over wie we mee zouden nemen richting Nederland. De hulpverleners aan de grens stonden continu in contact met Oekraïners om te volgen waar vluchtelingen verbleven, waardoor de afstemming over welke auto welke mensen zou meenemen voortdurend veranderde.
We overnachtten in Boedapest, en op de tweede dag reden we naar de Roemeens-Oekraïense grens. De afstand die we moesten rijden die dag was aanzienlijk korter, maar het passeren van de grensovergang Hongarije – Roemenië duurde langer. De wegen ernaar toe waren provinciaals en liepen deels door het licht besneeuwde heuvellandschap. Aan het eind van de middag kwamen we aan in het grensplaatsje in Roemenië, waar we op zoek gingen naar onze contactpersoon. Toen we die eenmaal hadden gevonden, konden we de auto met hulpgoederen uitladen. Daarna was het wachten op de instructies over onze passagiers.
Na het vallen van de avond kwam het verzoek bij ons binnen om net over de Oekraïense grens een moeder met haar vijf jonge kinderen op te halen.
De grensovergang bestond uit een kleine houten brug over een riviertje en een stuk land, verlicht door lantaarns waarvan een groot deel het niet deed. Net aan de overkant zagen we in onze koplampen de gewapende grensbewakers staan. Alles was vooraf gecommuniceerd – kentekenplaten, paspoortgegevens – dus de slagboom ging zonder problemen omhoog. Op het neutrale stukje land tussen de twee landen moesten we de auto keren en wachten.
Terwijl we wachtten, liepen er mensen met koffers en tassen voorbij die de grens overstaken en Roemenië in liepen. In het eenvoudige houten gebouwtje naast ons, waar taxfree producten werden verkocht, deden we wat boodschappen – waaronder een fles wodka van het merk Rasputin.
Na bijna een uur kregen we het signalement van de moeder en haar vijf kinderen. Tien minuten later zagen we haar vanuit het donker op ons afkomen onder het zwakke licht van de lantaarns. We herkenden elkaar van de over-en-weer toegestuurde foto’s en lachten elkaar vriendelijk toe. Ze stelde zich voor als Olga, legde haar baby in Bas’ armen en zette haar twee peuters in de auto – ze liet haar kostbaarste bezit achter bij ons, twee mannen die ze niet kende, om weer in de duisternis te verdwijnen en haar twee oudere dochters en alle bagage op te halen.
Na een kwartier waren ze terug. We laadden de auto in, stapten allemaal in, en zonder problemen werd de slagboom voor ons omhoog gedaan en reden we weer de houten brug over, Roemenië in. Pas later, bij een volgende rit in daglicht, zagen we dat de brug aan beide kanten volstond met knuffels. Die waren daar door Roemeense kinderen neergezet voor de Oekraïense kinderen: zij die de grens lopend overstaken, konden een knuffel omarmen en meedragen.
Tegen tienen kwamen we aan bij het hotel in de buurt, waar we vooraf kamers hadden gereserveerd. Het personeel maakte nog een maaltijd voor ons achten klaar. We spraken af dat we de volgende dag om zeven uur zouden opstaan en om acht uur zouden vertrekken richting Nederland. Na het eten namen wij een wodka; Olga bracht haar kinderen naar bed. Ze waren vier dagen non-stop onderweg geweest vanuit Oost-Oekraïne, en we vroegen ons af waar ze de afgelopen nachten hadden geslapen – als ze al hadden geslapen.
De volgende ochtend om kwart voor zeven werd er op onze deur geklopt: het was Olga, die ons koffie kwam brengen. Terwijl we ons aankleedden verzamelde Olga de kinderen, en toen we de kamer uitkwamen zat elk kind er aangekleed en verzorgd bij, en waren de tassen gepakt. Na een korte nacht waren ze allemaal klaar voor dag vijf van hun reis.
Sinds we ze hadden opgehaald waren de kinderen lief, maar ingetogen. Ze hadden natuurlijk het nodige meegemaakt. Gaandeweg raakten ze wat meer op hun gemak en werden weer kind: speelser, beweeglijker en communicatiever. Olga gaf haar kinderen continu rust, aandacht en liefde, en nam daarnaast het voortouw bij het uitladen van de auto en andere praktische zaken die moesten gebeuren tijdens de reis. Ondertussen bleef ze ook het contact met ons onderhouden met behulp van een vertaal-app. Toen we het verzoek kregen om via Warschau te rijden om nog twee gevluchte passagiers op te halen, gaf ze geen krimp – een halve dag extra reistijd kon er ook nog wel bij.
We moesten acht uur wachten aan de grensovergang met Hongarije vanwege de vele vluchtende mensen die gecontroleerd en geregistreerd moesten worden. Via Hongarije en Slowakije kwamen we ’s nachts in aan Rzeszow, in het oosten van Polen. Rzeszow had naamsbekendheid gekregen als belangrijkste vliegveld en doorvoerhaven voor wapens richting Oekraïne. Ook Airforce One landde hier met enige regelmaat, zoals we een paar maanden later zelf zouden zien toen wij er met onze bus voorbij reden.
De volgende middag kwamen we aan in het centrum van Warschau, waar we een dementerende oude vrouw en haar volwassen dochter ophaalden die in een tijdelijke opvanglocatie zaten. De auto was nu vol, het oorlogsbeeld compleet: kinderen, vrouwen en ouderen als civiele oorlogsslachtoffers. De meest kwetsbare mensen, die zware ontberingen doorstaan en daarbij een onwaarschijnlijke overlevingskracht laten zien.
We vervolgden onze reis naar de Amsterdamse RAI, waar een Rode Kruispost gevestigd was die vluchtelingen hielp met het vinden van een opvangplek in Amsterdam. We kwamen rond 02:00 aan, en na de administratieve afhandeling lag ik rond 04:00 in bed. De volgende ochtend moesten we beiden weer aan het werk, en waren dus net op tijd terug van onze reis van vierduizend kilometer in vier dagen. Een zelfgekozen avontuur, dat verbleekte bij het ongewenste avontuur dat Olga en haar kinderen beleefden.
Ik stelde voor het concept uit te breiden zodat we meer vluchtelingen tegelijk mee konden nemen. We kregen het voor elkaar om touringcars gesponsord te krijgen, en ik stelde een team samen: een arts, twee verpleegkundigen, twee tolken, en drie chauffeurs die elkaar afwisselden zodat we voldeden aan de rijtijdenwet. Ons eerste transport met het uitgebreide concept was bijzonder: onze passagiers waren voornamelijk kinderen.
Dat jaar zijn we in die constellatie zo’n tien keer naar de Pools-Oekraïense grens gereden om Oekraïense passagiers op te halen. Soms reisden we met één touringcar, soms met twee tegelijk. Met ons team hebben we uiteindelijk driehonderd gevluchte mensen naar Nederland kunnen brengen. We brachten ook mensen terug naar de Oekraïense grens, met name jonge vrouwen die mee wilden vechten in de oorlog of mensen die hun familieleden te veel misten.
Soms vroegen we ons af waar de Europese overheden bleven in het organiseren van transporten en het opvangen van deze mensen die rechtstreeks door de oorlog waren getroffen. Polen ving miljoenen mensen op. In Nederland hing opvang die eerste maanden af van particuliere initiatieven, van goedwillende mensen die zonder aarzeling hun leven een andere wending gaven. Op de weg en in het netwerk voelde je een enorme saamhorigheid. We hadden een gezamenlijk doel: in deze humanitaire crisis doen wat we konden, want niksdoen was geen optie. De intensiteit van die dagen – de focus, de saamhorigheid, het gevoel dat alles ertoe deed – deed me opnieuw denken aan Kandahar, waar datzelfde mengsel van urgentie en verbondenheid mijn dagelijks leven bepaalde.
Olga en haar kinderen zullen me altijd bijblijven, net als de man met hiv die we onderweg nog konden koppelen aan een specialist in Groningen, en de vrouw met kanker die nog maar kort te leven had. Ook denk ik vaak aan de ingetogen kinderen met een collectief trauma en minder levensenergie, en aan de jonge, krachtige vrouwen die vastbesloten waren om voor hun land te vechten.
Ik vond het jammer dat ik door de taalbarrière geen echte gesprekken kon voeren met de Oekraïeners. De twee tolken die we bij ons hadden – studenten die Russisch spraken en soms Oekraiens – konden incidenteel wel wat socialere gesprekken voeren, maar uiteindelijk hadden we maar één opdracht: mensen in veiligheid brengen.
De dreiging die de oorlog in Oekraïne met zich meebrengt is ondertussen een integraal onderdeel van ons leven geworden. De escalatie van geweld in Europa gaat door, en negatieve en donkere sentimenten nemen toe. En toch is er een grote meerderheid die zich inspant om een positieve bijdrage te leveren. Misschien niet zo zichtbaar als destijds op de snelweg, maar ik weet dat ze er zijn.
Olga en haar vijf kinderen wonen inmiddels in Amsterdam en maken het goed.



Nog geen reacties